|
 |
Geschiedenis van Marteling en Onderdukking |
 |
|
Voordat we een overzicht bespreken van de geschiedenis van marteling, is het belangrijk een definitie te omarmen wat marteling precies is. Volgens het VN-verdrag tegen marteling is marteling iedere handeling waardoor opzettelijk hevige pijn of hevig leed, lichamelijk dan wel geestelijk, wordt toegebracht met zulke oogmerken als het verkrijgen van inlichtingen, bestraffing, intimidatie of dwang, wanneer zulke pijn wordt toegebracht door of met instemming van een overheidsfunctionaris.
De redenen waarom gemarteld wordt zijn door de eeuwen heen niet veranderd:
1) Om informatie of een bekentenis los te krijgen die iemand niet uit zichzelf geeft. Het komt op deze manier vaak voor dat mensen worden gedwongen iets te bekennen dat ze helemaal niet hebben gedaan. 2) Als straf. In verscheidene landen zoals Iran bestaan straffen als zweepslagen, stokslagen, of het amputeren van een hand of voet. 3) Als middel van controle tegen criminaliteit of politiek verzet. In veel landen martelen politieagenten om criminelen angst aan te jagen. Vandaag de dag blijkt dat de meest voorkomende reden voor marteling. 4) Als middel van terreur. In recente oorlogen (bijvoorbeeld Rwanda, Joegoslavië, Tsjetsjenië) zijn vaak willekeurige mensen gemarteld om een hele bevolking angst aan te jagen.
Eén van de meest invloedrijke mensenrechtenorganisaties, Amnesty International, heeft onderzocht en vastgelegd dat marteling, en andere ernstige vormen van mishandeling voorkomen in zeker 150 landen. Zeventig landen daarvan hebben te maken met stelselmatige en veel voorkomende martelingen. Landen als Afghanistan en Pakistan hebben bijvoorbeeld een lange geschiedenis van stelselmatige onderdrukking en marteling. Dit is nog steeds constant gaande, maar wel lijken steeds meer overheden bereid marteling expliciet te erkennen en te veroordelen. Dit is onder meer onder druk van mensenrechtenorganisaties bewerkstelligd. Veel mensen weten ook niet dat er überhaupt in bepaalde landen stelselmatig gemarteld wordt. Vandaar dat Project Aware ook probeert mensen er zich bewust van te maken dat mensenrechtenschendingen nog zo vaak en veel voorkomen. Dit bewustwordingsproces is nodig, omdat veel mensen er vaak onwetend over zijn en er derhalve ook geen acties kunnen worden genomen.
In de Griekse oudheid werd marteling alleen toegepast op slaven, maar vanaf het Romeinse keizerrijk werd marteling ook algemeen voor gearresteerde burgers. In het Germaanse gewoonterecht van de vroege middeleeuwen was marteling weinig verbreid. De praktijk leefde weer op toen het Romeins recht vanaf de 12e eeuw nieuwe belangstelling kreeg. In de 14e eeuw was marteling van verdachten in heel Europa een gebruikelijke praktijk, echter meer in de zuidelijke dan in de noordelijke landen. Marteling werd onderdeel van een procedure waarin de verdachte moest bekennen, voordat hij kon worden veroordeeld. De verdachte moest zijn bekentenis na de marteling bevestigen, maar als hij dat weigerde kon hij opnieuw worden gemarteld. Vooral de middeleeuwse inquisitie (13e tot 17e eeuw) ontwikkelde vele technieken van marteling op diegenen die van ketterij of hekserij werden verdacht. Bekend zijn de gruwelijke martelpraktijken die de Spaanse Inquisitie toepaste op anders-gelovigen. De Verlichting bracht letterlijk wat verlichting in deze zaak. Het belangrijkste principe van de aanhangers van de Verlichting was dat men de waarheid betreffende bepaalde zaken kon vinden met behulp van de ratio (de rede, het verstand), in plaats van wat bijvoorbeeld kerkelijke autoriteiten zeiden zonder meer voor waar aan te nemen. Dit kwam onder meer tot uitdrukking in een grotere tolerantie en een duidelijke afname van het aantal martelingen door inquisitie en religie-gerelateerde instituten. In de Verlichting spraken verscheidene vooraanstaande denkers zich uit tegen marteling. De Italiaanse rechtsgeleerde Cesare Beccaria (1735-1794) werd beroemd door zijn sterke pleidooi voor onvoorwaardelijke afschaffing van marteling en doodstraf. In het begin van de 20e eeuw ging men ervan uit dat marteling in de westerse wereld zo goed als uitgebannen was.
Echter, nadat de gruwelen van de nazi's bij het verhoren van gevangenen en in de concentratiekampen bekend waren geworden werd marteling opnieuw actueel. Mede door de grootschalige schendingen van mensenrechten in de Tweede Wereldoorlog is de verklaring van de Universele rechten van de mens in 1948 van kracht geworden. Het is de eerste internationale bevestiging van de universaliteit van de mensenrechten. De verklaring heeft geen bindende kracht, maar heeft in de loop der jaren grote morele betekenis gekregen als de belangrijkste internationale standaard van de mensenrechten.
Martelingen en mensenrechtenschendingen zijn echter daarna nog volop doorgegaan. In de Algerijnse oorlog (1954-62) werd op grote schaal gemarteld door Franse soldaten, hetgeen scherpe protesten ontlokte van onder meer bekende filosoof en schrijver Jean Paul Sartre. Later bleek ook onder het kolonelsregime in Griekenland (1967-1974) en door militaire machthebbers in Portugal en zijn koloniën (tot 1974) veelvuldig te worden gemarteld. In Joegoslavië, Rwanda, Tal van Afrikaanse, Zuid-Amerikaanse, en verscheidene oosterse landen is sindsdien en tot op de dag van vandaag gemarteld.
In zo'n 150 landen wordt heden ten dage gemarteld, maar de ernst daarvan verschilt. Er wordt onderscheid gemaakt tot incidentele gevallen van marteling en ernstige mishandeling door politie (15% van de landen), landen waar geregeld mishandeling of marteling wordt gemeld (55%), landen met stelselmatige martelingen (20%) en landen waar op grote schaal sprake is van martelingen in het kader van een gewapend conflict (10%). Verscheidene West-Europese landen, waaronder Frankrijk, Italië en Spanje, vallen in de eerste categorie.
Tibet en marteling
De roots van Project Aware liggen bij het contact met Tibetaanse vluchtelingen. Als voorbeeld nemen we dan ook de mensenrechtensituatie in Tibet: In Tibet is kritiek uiten op China al voldoende om opgepakt te worden en afgevoerd te worden voor verhoor. Dit is gaande sinds de invasie die China uitvoerde in 1949. Tibet is sindsdien bezet door een aanzienlijke legermacht zonder dat er controle is op wat er gaande is in Tibet. ‘Subversieve’ uitingen worden nog steeds door China beschouwd als antirevolutionair en als een aantasting van de eenheid van het Moederland. Tibetanen kunnen worden opgepakt voor het deelnemen aan onafhankelijkheidsdemonstraties, het verspreiden van posters en pamfletten die oproepen tot onafhankelijkheid, het zingen van politieke liederen, bezit van foto's van de Dalai Lama, het spreken met buitenlanders over de situatie in Tibet, enzovoorts.
Het merendeel van de politieke gevangenen wordt zonder enige vorm van proces vastgezet. Als er al een proces wordt gevoerd, dan staat het vonnis veelal van tevoren vast. Minder dan twee procent van de zaken wordt door de verdediging gewonnen. In China geldt de omgekeerde bewijslast; een verdachte wordt als schuldig beschouwd tot het tegendeel is bewezen. Het probleem is uiteraard dat er door de Chinese autoriteiten geen onafhankelijke waarnemers worden toegelaten en dat deze dus ook niet officieel openbare rechtszaken bij kunnen wonen.
In de periode 1987-1989 vonden spontane protestacties van monniken en nonnen weerklank onder grote groepen Tibetanen die zich vervolgens bij deze protesten aansloten. Dit resulteerde in zes massademonstraties waarbij 200 ongewapende demonstranten het leven lieten. Honderden anderen werden gearresteerd. De gemiddelde straflengte was voor hen drie jaar en vier maanden. In maart 1989 werd uiteindelijk de noodtoestand afgekondigd waardoor het aantal demonstraties sterk terugliep. Hoewel de noodtoestand in april 1990 werd opgeheven, was de angst voor represailles zo groot dat het rustig bleef. De sporadische demonstraties die nog wel plaatsvonden waren spontane acties waar minder dan tien mensen (vaak nonnen en monniken) bij betrokken waren. Deze demonstraties vonden meestal plaats op de Barkor, de pelgrimsroute rond de Jokhang-tempel in Lhasa, en bestonden uit het schreeuwen van onafhankelijkheidsleuzen. Pas in 1993 nam het aantal demonstraties weer toe. Bij de 44 protesten dat jaar werden 180 mensen gearresteerd. Van hen kan worden aangenomen dat zij gefolterd zijn door de Chinese autoriteiten.
Daarna werd er extra hard ingegrepen en in 1996 is in heel China voor het eerst gestart met campagnes waarbij in Tibet extra hard wordt opgetreden tegen anti-Chinese protesten en de meeste vormen van politieke activiteiten . Alleen het tonen van een foto van de Dalai Lama is al verboden en kan leiden tot willekeurige aanhouding, opsluiting en marteling. Sinds de herlancering van de zogenaamde 'Strike Hard' campagne in april 2001, worden naast Tibetanen die de 'nationale veiligheid in gevaar brengen' nu ook mensen die 'anderen helpen illegaal het land uit te vluchten' gearresteerd voor 'politiek activisme'. Tussen 1996 en 2001 zijn er in totaal zo'n 2500 Tibetanen opgepakt, waaronder ook een groot aantal Tibetanen jonger dan 18. In 2001 werd het aantal Tibetaanse politieke gevangenen geschat op 254. Sinds de terreuraanslagen op het World Trade Center in New York gebruikt ook China, onder het mum van terrorisme bestrijding, uiterst wrede praktijken om Tibetanen te onderdrukken.
Hierbij kan aan het volgende worden gedacht:
Zeer slechte omstandigheden voor gevangenen die op grond van zeer dubieuze willekeur zijn opgepakt. Deze omstandigheden voldoen niet aan internationaal aanvaarde minimumcondities. Het ontbreekt aan voldoende voedsel, waardoor ook de kans op ziektes toeneemt. Daarnaast is de medische verzorging volstrekt ontoereikend.
Het laten verrichten van zware arbeid verrichten onder slechte omstandigheden. Zo ontbreekt het bijvoorbeeld aan goede voorzorgsmaatregelen op het gebied van veiligheid waardoor er dodelijke ongelukken kunnen gebeuren. Een gangbare straf voor politieke gevangenen in Tibet is 'heropvoeding-middels-dwangarbeid'. China weigert deze straf die in strijd is met de mensenrechten af te schaffen.
Martelingen gepaard gaande met fysiek geweld. Gevangenen worden geslagen met stokken, blootgesteld aan extreme temperaturen, opgehangen aan hun op de rug vastgebonden polsen, aangevallen door honden of er worden met elektrische stokken schokken toegediend in de mond en vrouwelijke geslachtsdelen. Het effect van de martelingen wordt versterkt door het gebrek aan voedsel en goede medische verzorging. Het aantal gevangenen dat is overleden als een direct resultaat van dergelijke martelpraktijken is sinds de golf van pro-onafhankelijkheidsdemonstraties in 1987 gestegen. Er zijn vele bewijzen van deze praktijken van Tibetaanse overlevenden zoals Pasang Lhamo en Choeying Kunsang, twee nonnen uit de Draphi-gevangenis die sinds 2002 weer vrij zijn.
Psychologische of mentale marteling technieken worden ook vaak gebruikt om mensen mentaal te breken en om zo verklaringen of informatie los te krijgen. Mentale druk kan worden opgevoerd door iemand te degraderen, zeer luide muziek te spelen, valse beschuldigingen aan te praten, slaapgebrek veroorzaken om zo iemand psychologisch te manipuleren en uit te putten. Dit soort technieken is vaak schadelijker dan puur fysiek geweld en kunnen levenslange complexen opleveren.
China en VN Verdragen
China heeft pas heel laat bepaalde verdragen getekend die zouden moeten bijdragen aan een geleidelijke verbetering van de mensenrechtensituaties. China tekende onder andere het Internationaal Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten. China liet gelijk al weten dat zij het verdrag op enkele sleutelpunten niet zouden kunnen nakomen. Zij zeiden namelijk dat het op een aantal punten in strijd zou zijn met de Chinese grondwet. Wel garandeerde China de vrijheid van meningsuiting en een eerlijk proces en biedt het bescherming tegen mishandeling en willekeurige opsluiting. Tot op heden heeft het Volkscongres het verdrag echter nog altijd niet geratificeerd en kenners betwijfelen of hier op korte termijn verandering in komt. Ondanks ondertekening of ratificatie van dergelijke verdragen is er geen sprake van verbetering van de mensenrechtensituatie in Tibet. Sinds begin jaren '90 is de het Chinese beleid veranderd van 'onder controle houden' naar onderdrukking.
Martelingen gaan door tot op de dag van vandaag.
Na de inval in 1949 volgde er een jarenlange strijd van het Chinese leger met de Tibetaanse rebellen. Het Chinese leger gebruikte guerrillatactieken waarbij vele dorpen en kloosters zijn platgebrand en er vele honderden standrechtelijke executies plaatsvonden. Massale demonstraties in 1959 werden door China met harde hand onderdrukt, waarbij alleen al in de regio Lhasa 87000 mensen gedood werden. Volgens de Tibetaanse regering in ballingschap vonden tussen 1949 en 1979 meer dan 1.2 miljoen Tibetanen de dood als direct gevolg van Chinees handelen. Het Tibet-beleid van de Chinese overheid is door onder meer de Verenigde Naties, de Europese Unie, de Verenigde Staten en mensenrechtenorganisaties herhaaldelijk veroordeeld. Tibet wordt nu nog onderdrukt en bijna alle boeddhistische kloosters zijn in de loop der tijd door Chinese soldaten aangevallen, geplunderd en vernietigd. Vele monniken en nonnen vonden hierbij de dood en werden gedurende vele jaren gemarteld of gedwongen tot seksuele relaties met elkaar. Vele Tibetaanse monniken zijn naar het buitenland gevlucht en zijn een nieuw leven in het buitenland begonnen. Dit is een belangrijke factor geweest in de groeiende populariteit van het Tibetaans boeddhisme in het westen. Het willen bijdragen aan het bewustzijn dat Tibet nog steeds een feitelijk bezet gebied is waar geen vrijheid is één van de grootste uitdagingen waar Project Aware zich voor inzet. Eind 2004 waren er 150 Tibetaanse politieke gevangenen in China, waarvan er 100 boeddhistische monniken waren. Regelmatig sterven er politieke gevangenen tijdens hun gevangenschap, en er komen nog steeds verhalen van marteling naar buiten. De Panchen Lama wordt al meer dan 10 jaar gevangen gehouden en was in 1995 (toen hij 6 jaar oud was) de jongste politieke gevangene ter wereld. De huidige Dalai Lama heeft gezegd dat de volgende Dalai Lama niet in Tibet geboren zal worden, omdat dat momenteel geen veilige plaats voor een Dalai Lama is. De Dalai Lama streeft tegenwoordig niet meer naar een vrij Tibet, maar naar een binnen China werkelijk autonoom Tibet waar de Tibetanen een goede levenssituatie hebben, en hun religie vrijelijk kunnen uitoefenen.
|
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
|
|